Partners, vaders, moeders: iedereen heeft na de geboorte van een kind recht op verlof. Maar de regels verschillen per verlofvorm en per ouder. Als werkgever is het belangrijk om te weten waar je medewerkers recht op hebben én wat jouw verplichtingen zijn. Dit is het overzicht.
Zwangerschaps- en bevallingsverlof is voor de moeder. Bij één kind heeft zij recht op 16 weken verlof, bij een meerling op 20 weken. Gedurende deze periode ontvangt zij 100% van het dagloon, tot het wettelijk vastgestelde maximumdagloon. De uitkering wordt door het UWV betaald via de WAZO-regeling, maar loopt via de werkgever.
De moeder vraagt dit verlof aan bij jou als werkgever, minimaal 3 weken voor de gewenste ingangsdatum. Als werkgever geef jij het door aan het UWV. Het verlof mag niet worden geweigerd.
Geboorteverlof is het verlof voor de werkende partner van de moeder, ook wel aangeduid als partnerverlof of vaderschapsverlof. Het bestaat uit twee delen.
De partner heeft recht op één werkweek geboorteverlof, gelijk aan het aantal werkuren per week. Werkt iemand 4 dagen van 8 uur? Dan heeft hij of zij recht op 32 uur verlof. Dit verlof moet worden opgenomen binnen 4 weken na de geboorte. Als werkgever betaal jij dit verlof volledig door. De kosten zijn voor jouw rekening en je mag het verlof niet weigeren.
Na het standaard geboorteverlof kan de partner aanvullend geboorteverlof opnemen van maximaal 5 weken. Dit verlof moet worden opgenomen binnen 6 maanden na de geboorte en ná het reguliere geboorteverlof. De werknemer vraagt dit minimaal 4 weken van tevoren bij jou aan. Jij dient vervolgens de uitkering aan bij het UWV via het werkgeversportaal.
Tijdens het aanvullend geboorteverlof ontvangt de partner geen salaris van jou, maar een uitkering van het UWV van maximaal 70% van het dagloon. Het UWV betaalt de uitkering aan jou als werkgever, waarna jij het uitbetaalt aan de werknemer. Wil je het verlof aanvullen tot 100%? Dat mag, maar het is geen wettelijke verplichting.
Het verlof kan aaneengesloten worden opgenomen, maar ook gespreid over meerdere weken of zelfs halve dagen.
Ouderschapsverlof geldt voor beide ouders: zowel de moeder als de vader of partner. In totaal hebben zij recht op 26 weken ouderschapsverlof per kind, op te nemen tot het kind 8 jaar oud is. Bij een tweeling geldt dit twee keer.
Van die 26 weken zijn 9 weken betaald. Die betaalde weken moeten worden opgenomen binnen het eerste levensjaar van het kind en via het UWV worden aangevraagd door de werkgever. De werknemer ontvangt gedurende die 9 weken 70% van het dagloon via het UWV. De overige 17 weken zijn onbetaald, tenzij de cao of een arbeidsovereenkomst iets anders bepaalt.
Lees meer over de precieze regels in ons artikel over betaald ouderschapsverlof.
Het verschil zit in drie dingen: voor wie het geldt, hoe lang het duurt en wie er betaalt.
Meer over de wettelijke kaders vind je op de website van de Rijksoverheid.
Nee. Geen van deze verlofvormen mag worden geweigerd. Wel kun je bij aanvullend geboorteverlof en ouderschapsverlof vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen vragen het verlof anders in te roosteren. Maar het recht op verlof zelf staat vast.
Geboorteverlof, aanvullend geboorteverlof, ouderschapsverlof: elke verlofvorm heeft zijn eigen aanvraagprocedure, termijnen en uitkeringsregels. Mr. Einstein helpt horecaondernemers met de volledige personeels- en verlofadministratie, zodat jij altijd weet waar je aan toe bent.
Wil je weten wat wij voor jouw horecazaak kunnen betekenen?